Steven Spielberg dacht dat zijn blockbuster compleet zou mislukken door één gigantisch technisch probleem
In dit artikel:
Tijdens de opnames van Jaws (1974–1975) vreesde regisseur Steven Spielberg regelmatig dat zijn film zou mislukken omdat de mechanische haai, bij de crew bekend als "Bruce", steeds kapotging. Vooral op zee liet de constructie het afweten: zout water zorgde voor storingen, uitval en grote vertragingen in de productie.
In plaats van te blijven proberen de haai continu in beeld te brengen, koos Spielberg voor een creatieve ommezwaai: hij bouwde spanning op via suggestie, slim camerawerk en vooral de onheilspellende muziek van John Williams. Doordat de killer shark zelden volledig zichtbaar was, groeide de angst bij het publiek juist; het ongewisse en de timing van de muziek hielden de kijker voortdurend op het puntje van zijn stoel.
Veel iconische scènes ontstonden daardoor op een andere manier dan oorspronkelijk bedacht, maar dat bleek uiteindelijk gunstig voor de film. Jaws werd niet alleen een van de beroemdste haaienfilms ooit, maar wordt ook gezien als een sleutelfilm die het moderne concept van de zomerblockbuster mede maakte. De technische problemen met "Bruce" leverden dus, paradoxaal genoeg, het grootste artistieke voordeel op: minder tonen, meer dreiging.