Recensie 'Urchin'
In dit artikel:
Harris Dickinson debuteert overtuigend als speelfilmregisseur met Urchin (2025), een sobere, neo-realistishe drama dat in Cannes de Fipresci-prijs van de internationale kritiek kreeg. In de hoofdrol staat Frank Dillane als Mike, een dakloze junk die in de openingsscènes weinig sympathie oproept: nadat zijn portemonnee is gestolen zoekt hij de dief op, raakt verwikkeld in een handgemeen en berooft later met droge ogen een weldoener van zijn horloge.
De film volgt Mikes korte momenten van herstel en de terugkerende valkuilen. Na een gevangenisstraf waarin hij afkickt, vindt hij werk in de keuken van een goedkoop hotel en lijken kleine sociale verbindingen hem nieuw houvast te geven—een intieme karaokescène met collega’s waarbij hij meezingt met "Whole Again" van Atomic Kitten is een van de meest ontroerende passages. Als hij later Andrea (Megan Northam) ontmoet en opnieuw in de kring van drugs en losse relaties belandt, wordt snel duidelijk hoe kwetsbaar zijn herstel is.
Dickinsons regie toont rijpheid: ingetogen, trefzeker en beïnvloed door het werk van Mike Leigh en Ken Loach, maar met een eigen signatuur. Dillane levert een sterke, genuanceerde vertolking; ook Okezie Morro als Simon maakt indruk. De film bevat symbolische beelden en een open einde dat ruimte laat voor interpretatie. Met strakke regie, sterke acteerprestaties en een passende soundtrack is Urchin een indrukwekkend debuut dat nog lang blijft nazinderen.