Recensie 'The Death of Robin Hood'
In dit artikel:
In The Death of Robin Hood (2026) kiest schrijver en regisseur Michael Sarnoski voor een sombere, realistische herinterpretatie van de legendarische volksheld. Robin is geen charmante dief die voor de armen strijdt, maar een teruggetrokken man die wordt achtervolgd door de gevolgen van zijn gewelddadige verleden. Zijn spijt draait niet alleen om de levens die hij heeft genomen, maar ook om de manier waarop het geweld hem heeft gevormd.
De film neemt vooral in de eerste helft veel tijd voor Robins personage, waardoor het tempo geregeld te traag en soms saai aanvoelt. De gevechten vormen daarentegen een sterk contrast: ze zijn rauw, pijnlijk en realistisch, zonder het geweld te romantiseren. In de tweede helft verschuift de aandacht naar Robins mentale ontwikkeling. Die transformatie naar een menselijker en kwetsbaarder personage voelt natuurlijk aan, al vertraagt het verhaal daardoor nog verder.
Sarnoski presenteert de middeleeuwen zonder romantiek. De indrukwekkende landschappen, sterke muziek en overtuigende dialogen scheppen een geloofwaardige, doorleefde wereld. Ook de cast draagt daaraan bij; Noah Jupe maakt indruk in een relatief kleine rol. De film onderscheidt zich zo duidelijk van traditionele avonturenversies van Robin Hood. Het hoge arthousegehalte en het trage tempo zullen niet iedereen aanspreken, maar de sterke karakterontwikkeling, het acteerwerk en de visuele stijl geven deze nieuwe interpretatie een uitgesproken eigen identiteit.
Vandaag Inside: Valentijn Driessen doet boekje open over Peter Bosz: ‘Dat vind ik onfatsoenlijk!’