Prominent filmfestival komt na onrustige prijsuitreiking met beleid tegen antisemitisme
In dit artikel:
Tussen 12 en 22 februari vond in Berlijn de 76e Berlinale plaats, opnieuw getekend door hevige politieke spanningen rond het Israëlisch-Palestijnse conflict. In tegenstelling tot festivals als het IFFR valt de Berlinale onder direct overheidsgezag, waardoor uitingen tijdens het evenement extra gevoelig liggen voor politieke beoordeling en zorgen over antisemitisme.
Al sinds de nasleep van 7 oktober 2023 stonden de edities in het teken van felle kritiek op Israël; vorig jaar zorgde de film No Other Land (2024) en de uitgesproken speech van de makers al voor opschudding. Dit jaar werd op 21 februari de prijs voor Beste Documentaire toegekend aan Chronicles from the Siege (2026) van de Palestijnse filmmaker Abdallah Alkhatib. Hij ging het podium op met een Palestijnse vlag en bekritiseerde de Duitse regering, waarna rumoer in de zaal ontstond en de presentatie moest ingrijpen.
De nasleep leidde tot politieke druk op festivaldirecteur Tricia Tuttle, die in 2024 aantrad nadat haar voorgangers vertrokken. Duitse media berichtten dat haar positie ter discussie stond; The Hollywood Reporter meldt inmiddels dat ze niet wordt ontslagen, maar op last van het ministerie van Cultuur heeft ingestemd met aanvullende voorwaarden. Die omvatten een te tekenen ‘code of conduct’ voor bezoekers — onder meer een expliciet verbod op antisemitische uitingen — en de instelling van een adviesraad die toezicht houdt op het festival. De Berlinale zelf moet nog formeel oordelen over Tuttle's toekomst; zij heeft een vijfjarig contract, waarvan twee jaar voorbij zijn.
De ontwikkelingen illustreren de lastige evenwichtsoefening tussen vrijheid van meningsuiting in de filmwereld en politieke en historische verantwoordelijkheden van de Duitse staat.