Hoe een van de beste films aller tijden bijna verprutst werd door een overbodige cameo
In dit artikel:
Quentin Tarantino, regisseur van onder meer Reservoir Dogs, Pulp Fiction, Inglourious Basterds en Once Upon a Time in Hollywood, scoorde opnieuw een succes met Django Unchained (2012), maar maakte volgens veel kijkers in die film één misser. In een scène aan het einde van de wraakwestern duikt hij zelf op als een Australische slavendrijver; waar zijn cameos meestal als speelse knipogen worden ervaren, wordt deze bijdrage door velen als storend en ongepast gezien.
Critici en fans vinden dat Tarantino’s zware, onnatuurlijke accent de aandacht wegneemt van de spanningsopbouw en de ernst van het onderwerp — slavernij — ondermijnt. Omdat de cameo zo uit de toon valt met de rest van de film, noemen sommigen het zijn minst geslaagde acteeroptreden ooit. Opvallend is dat Tarantino sindsdien niet meer als acteur in eigen projecten verscheen, mogelijk mede door de reactie op deze rol.
Die ene scène doet echter weinig af aan het algehele oordeel over Django Unchained: de film blijft geroemd om zijn energieke vertelstijl, de expliciete confrontatie met slavernij en sterke acteerprestaties. Kortom: een artistieke weinig geslaagde zijsprong in een verder door velen hoog aangeslagen werk.