'Harry Potter'-theorie: waarom Voldemorts obsessie zijn ondergang werd
In dit artikel:
Voldemort is in de Harry Potter-saga niet te zwak om te winnen, maar hij verliest door zijn eigen keuzes. Hoewel hij vanaf Goblet of Fire weer volledig terugkeert — met een hersteld lichaam, verzamelde volgelingen en groeiende macht — blijft hij keer op keer steken in dezelfde denkfout: hij eist dat hij persoonlijk Harry doodt. Die obsessie, geworteld in trots en het gevoel dat alleen hij de vernedering van “the boy who lived” kan rechttrekken, maakt hem voorspelbaar en onpraktisch.
In verschillende delen van de serie speelt die fixatie een doorslaggevende rol. In Order of the Phoenix onderschat hij Harry steeds opnieuw; in Half-Blood Prince delegeert hij taken maar mist hij een coherente strategie; en in Deathly Hallows wordt zijn gebrek aan vertrouwen in eigen volgelingen juist fataal. Door constant te kiezen voor eer boven efficiëntie laat hij kansen onbenut en geeft hij Harry telkens een uitweg.
Het ironische is dat Voldemort niet dom is — zijn macht en middelen zijn aanzienlijk — maar zijn behoefte aan controle, erkenning en het bevestigen van zijn mythe zwaarder weegt dan het behalen van het doel. Daardoor functioneert zijn grootste kracht, zijn onwrikbaar ego, als zijn zwakste punt en redt die arrogantie keer op keer de protagonist.