Filmcritici kraakten deze film volledig af, maar nu geldt hij als een groots meesterwerk
In dit artikel:
In 1982 bracht John Carpenter The Thing uit — een film die destijds door critici genadeloos werd afgemaakt, maar die later tot een van de invloedrijkste horrorklassiekers werd verheven. De studio had een grote sciencefictionhit verwacht met sterren als Kurt Russell en indrukwekkende praktische make-up van Rob Bottin, maar het publiek en recensenten waren in eerste instantie afkerig. Een belangrijke reden daarvoor was timing: slechts enkele weken eerder had E.T. een warme, emotionele kijk op buitenaardse wezens gegeven, waardoor Carpenters koude, meedogenloze en vaak walgelijke benadering hard aankwam.
Waar critici toen de groteske effecten en de pessimistische toon bekritiseerden, zijn precies die elementen nu vaak de redenen waarom fans The Thing prijzen. De film zet een beklemmende sfeer neer van achterdocht en isolatie — het monster kan immers iedereen zijn — waardoor elke scène verandert in een psychologisch kat-en-muisspel. Wat aanvankelijk een flop leek, onderging in de loop der jaren een volledige herwaardering en geldt nu als een mijlpaal in het horrorgenre vanwege de paranoia, het vakmanschap in de effecten en de strakke regie. De recente gesprekken over een mogelijke The Thing 2 tonen aan dat de film nog steeds leeft in het collectieve filmbewustzijn.