Deze politieke thriller veranderde het beeld van een beroemde moord, maar historici noemen hem zwaar misleidend
In dit artikel:
Oliver Stones politieke thriller *JFK* uit 1991 behandelt de moord op de Amerikaanse president John F. Kennedy vanuit de zoektocht van openbaar aanklager Jim Garrison, gespeeld door Kevin Costner. Garrison vermoedt dat Lee Harvey Oswald niet alleen handelde en onderzoekt een mogelijk complot waarin onder meer de CIA, Cubaanse ballingen en het militair-industriële complex een rol zouden spelen.
Hoewel Stone het verhaal overtuigend brengt, wijkt de film volgens historici en critici sterk af van de werkelijkheid. Verschillende belangrijke getuigen en bronnen zijn verzonnen of ingrijpend aangepast. Zo bestond David Ferrie wel, maar zijn bekentenis in de film is fictief. Willie O’Keefe is volledig bedacht en de mysterieuze overheidsfunctionaris X is slechts losjes gebaseerd op een bestaande kolonel. Ook Garrison wordt gunstiger voorgesteld dan gerechtvaardigd is. Zijn echte getuige Perry Russo was geen prostitué, maar een verzekeringsverkoper, en zijn verklaringen kwamen tot stand na omstreden verhoormethoden, waaronder hypnose en het gebruik van een waarheidsserum.
Ondanks de historische onbetrouwbaarheid werd *JFK* een groot succes. De film kostte ongeveer 40 miljoen dollar en bracht wereldwijd meer dan 200 miljoen dollar op. Hij kreeg acht Oscarnominaties en won prijzen voor montage en cinematografie. De sterke cast, met onder anderen Tommy Lee Jones, Joe Pesci, Kevin Bacon en Donald Sutherland, droeg bij aan de overtuigingskracht. Daardoor geldt de film vooral als een meeslepende thriller die feiten, speculatie en fictie effectief vermengt.
Vandaag Inside: Johan Derksen reageert op chaos bij NSC-congres: ‘Opheffen die club!’