Deze Johnny Depp-film is om deze reden nooit afgemaakt

woensdag, 18 maart 2026 (07:41) - FilmTotaal

In dit artikel:

Johnny Depp liep meerdere keren tegen films aan die nooit (zoals bedoeld) het publiek bereikten — soms door eigen keuzes, soms door omstandigheden buiten zijn macht. Twee opvallende voorbeelden uit het artikel zijn zijn regiedebuut The Brave en Terry Gilliam’s langjarige project The Man Who Killed Don Quixote.

The Brave was Depp’s eerste film als regisseur. Na een opkomende première die door vrijwel alle aanwezigen keihard werd afgekraakt, besloot Depp de geplande bioscoop- en thuisvideoreleases actief tegen te werken. De film verdween vervolgens in de kluis en is sindsdien nooit officieel uitgebracht, wat voor de acteur voelde als een verspilde investering in tijd en talent.

Nog ingewikkelder was het verhaal rond The Man Who Killed Don Quixote, een passieproject van Monty Python-regisseur Terry Gilliam. Gilliam begon met het idee al in 1989 en kreeg in 1998 eindelijk financiering voor een productie met een budget van ongeveer 32 miljoen dollar. In 2000 waren onder anderen Jean Rochefort als Quixote, Johnny Depp als Toby Grummett en Vanessa Paradis gecast, maar de opnames ontspoorden snel: overstromingen verwoestten decors en apparatuur, Rochefort raakte ziek en verzekeringsproblemen maakten verdere voortgang onmogelijk. De productie werd stopgezet en uiteindelijk geannuleerd.

Gilliam gaf het project echter niet op. Tussen 2003 en 2016 ondernam hij meerdere pogingen om de film nieuw leven in te blazen, maar tegen die tijd was Depp niet langer verbonden aan de rol; hij raakte bezet met andere projecten. Uiteindelijk viel de definitieve casting in 2016 op Adam Driver (Toby) en Jonathan Pryce (Quixote), en in 2017 konden de opnames beginnen. De uiteindelijke film speelt in hedendaags landelijk Spanje en draait om een reclameregisseur (Toby) en een schoenmaker die gelooft dat hij Don Quixote is — een moderne, vaak rommelige bewerking van Cervantes’ klassieke thematiek.

Bij de release in 2018 kwam de film opnieuw in de problemen, deels door een langdurige juridische strijd met een voormalige producent, waardoor alleen een beperkte bioscoopuitrol mogelijk was. Kritieken waren overwegend positief over de inventiviteit en de prestaties van Driver en Pryce, maar noemden het werk onsamenhangend. Commercieel flopte de film: circa 2,5 miljoen dollar opbrengst tegenover een productiebudget van rond 18,5 miljoen (los van eerdere kosten).

De mislukte poging uit 2000 is vastgelegd in de documentaire Lost in La Mancha (2002); in 2019 volgde He Dreams of Giants, die het maakproces van de uiteindelijke versie belicht. Wie de film wil zien kan hem terugvinden op platforms als Videoland en Canal+. Het traject illustreert zowel Gilliam’s vasthoudendheid als de grote risico’s die gepaard gaan met langdurige, ambitieuze filmprojecten — en toont ook hoe een project uiteenlopende bestemmingen kan kennen afhankelijk van timing, gezondheid en financiën.