Deze acteur zat in meer dan 1000 films, maar hij is niet eens een mens
In dit artikel:
Dieren speelden lange tijd een grote rol in Hollywood, maar één vogel stak er tussen de jaren 1930 en 1950 uit: de beroemde “Jimmy the Crow” — eigenlijk een raaf. Trainer Curly Twiford vond hem in 1934 in een nest in de Mojavewoestijn en voedde hem op tot filmster. Jimmy leerde talloze kunstjes: typen, brieven openen, op een klein fietsje rijden en honderden woorden herkennen (ongeveer vijftig daarvan waren volgens Twiford echt bruikbaar). Twiford vergeleek zijn capaciteiten met die van een achtjarig kind.
Jimmy debuteerde in 1938 toen regisseur Frank Capra hem castte in You Can't Take It With You; daarna gebruikte Capra hem regelmatig. Zijn bekendste rollen zijn die als assistent van Uncle Billy in Capra’s It's a Wonderful Life en als de kraai die op de Vogelverschrikker landt in The Wizard of Oz. MGM verzekerde hem op een gegeven moment voor 10.000 dollar; zijn weekhonorarium bedroeg 500 dollar plus 200 dollar voor Twiford als begeleider. Omdat Jimmy zo gewild was, bestonden er meer dan twintig stand-ins (zo’n vijftien daarvan vrouwelijk) die in minder veeleisende scènes konden invallen.
Jimmys laatst officieel genoteerde filmrol was in 3 Ring Circus (1954). Na Twifords overlijden in 1956 vervaagden de sporen van de vogel; Twiford had gezegd dat Jimmy “waarschijnlijk 150 jaar zou worden”, maar in gevangenschap worden raven zelden ouder dan 30 jaar, wat wijst op een overlijden ergens in de jaren zestig. Jimmy illustreert zowel de unieke band tussen mens en dier op de set als de veranderende wereld van film: veel dierenrollen zijn inmiddels vervangen door CGI, waardoor klassieke dierenacteurs steeds zeldzamer zijn geworden.