De filmparadox: waarom worden films steeds langer terwijl onze aandacht krimpt?
In dit artikel:
De afgelopen jaren is er een meetbare verschuiving richting langere speelfilms, terwijl vooral jongeren juist veel tijd besteden aan zeer korte video’s op platforms als TikTok en Instagram. Die ogenschijnlijke tegenstelling hangt samen met meerdere factoren: marktlogica, technologische veranderingen en verschillende vormen van aandacht.
Data-analyses tonen de trend aan. Stephen Follows concludeerde al in 2019 uit duizenden titels dat de gemiddelde speelduur sinds de jaren negentig stijgt; een grotere IMDb-analyse die The Economist in 2023 publiceerde bevestigde dat vooral grote studiofilms steeds vaker de drie-uurgrens naderen of overschrijden. Recente blockbusters als Christopher Nolans Oppenheimer, James Camerons Avatar: The Way of Water en eerdere megatitels zoals Avengers: Endgame en The Wolf of Wall Street illustreren die ontwikkeling; uitzonderingen zoals Dances With Wolves (bijna vier uur) laten zien dat lange films geen volledig nieuw verschijnsel zijn. Tegelijk zijn er ook voorbeelden van regisseurs die bewust ingrepen om speelduur te beperken: George Lucas overwoog een zeer lange ruwe montage voor Revenge of the Sith, maar sneed terug om tempo en toegankelijkheid te bewaren.
Aan de consumptiekant tonen onderzoeken een andere ontwikkeling: jongeren gebruiken dagelijks short-form platforms, en wetenschappelijke studies (onder meer Yan et al., 2024; Rioja et al., 2023) koppelen intensief gebruik van dergelijke content en media-multitasking aan een verminderde aandachtsregulatie en kortere concentratievermogen. Dat betekent echter niet dat mensen niet meer langere mediatijd kunnen verdragen; context speelt een cruciale rol.
Economische overwegingen verklaren waarom studio’s toch voor lang durende films kiezen. In een markt waarin streamingdiensten veel thuiskijkers aantrekken, moeten bioscoopfilms iets bieden wat thuis niet snel wordt geleverd: een event-gevoel. Een film van drie uur voelt als een omvangrijk, uitzonderlijk moment en rechtvaardigt makkelijker een hoger kaartje. Nadeel is dat langere speelduur het aantal vertoningen per zaal vermindert, maar studios nemen dat op de koop toe als ze verwachten dat het eventkarakter genoeg publiek en omzet aantrekt.
Cruciaal is het onderscheid tussen twee typen aandacht: de vluchtige, afgeleide consumptie van korte clips — vaak tussendoor en met afleidingen — versus de geconcentreerde, collectieve ervaring in een bioscoopzaal. Filmwetenschapper Julian Hanich benadrukt dat gedeelde reacties in de zaal (lachen, spanning, ontroering) de aandacht en beleving versterken op een manier die scrollen niet kan evenaren.
Kortom: het medialandschap maakt ruimte voor zowel vijftien seconden als drie uur. De lengte van films groeit doordat makers en studio’s inzetten op evenementialiteit en onderscheid ten opzichte van thuisconsumptie, terwijl korte video’s juist gedijen in alledaagse, gefragmenteerde uses. De twee vormen van mediagebruik bestaan naast elkaar en bedienen verschillende behoeften.