Cate Blanchett: "Ik ben meer geïnteresseerd in nieuwsgierigheid dan in het bewaken van een imago."

maandag, 15 juni 2026 (11:41) - FilmTotaal

In dit artikel:

Cate Blanchett profileert zich als een scherpzinnige, doelgerichte cineaste die haar invloed inzet om de filmwereld te verbeteren. Ze erkent dat ze in publieke gesprekken deels een rol speelt — ook tijdens een “Rendez-Vous” — maar benadrukt tegelijk eerlijkheid en professionaliteit. Recent was ze juryvoorzitter in Cannes: ze voelde zich aanvankelijk nerveus, kreeg van Guillermo del Toro praktisch advies (steeds op een andere stoel gaan zitten) en ontdekte hoe belangrijk het is niet te oordelen vanuit persoonlijke smaak, maar te proberen te begrijpen wat een maker beoogt. De multidisciplinaire samenstelling van de jury vond ze stimulerend, en ze waardeert de strikte geheimhouding rond de beraadslagingen.

Over de positie van vrouwen in de filmindustrie is Blanchett kritisch maar optimistisch. Ze constateert nog steeds een scheve verhouding op de set — veel minder vrouwen dan mannen — en wijst op de blijvende aanwezigheid van seksistische grappen en patronen die #MeToo aan het licht bracht. Tegelijk ziet ze een positieve ontwikkeling: actrices produceren en regisseren vaker zelf projecten en creëren kansen voor jongere vrouwen. Een eerder probleem was vooral distributie; goede scripts van vrouwen bereikten niet altijd een groot publiek. Haar generatie is vastbesloten om die structuren niet te reproduceren.

Haar liefde voor acteren is onverminderd. Blanchett beschrijft zichzelf als traag op te starten door haar theaterachtergrond: de eerste dagen op een set wil ze rondkijken en “niet-weten” voordat ze speelt. Ze kiest rollen die haar uitdagen en haar eigen verwachtingen onderuithalen — voorbeelden zijn haar transformatie tot Elizabeth I en haar rol als een van de gezichten van Bob Dylan in I’m Not There — omdat juist die projecten haar naar onbekend terrein dwingen en nieuwsgierigheid prikkelen.

Wat een grote regisseur maakt, ziet zij vooral in het vermogen om precies te weten waar de camera moet staan en om rondom acteurs een coherent mentaal landschap te bouwen. Ze noemt voorbeelden als Scorsese, die ritmes en genres laat opnemen door acteurs, en Todd Haynes, die via visuele referenties en muziek de sfeer van een personage ontwerpt. Goede regisseurs kennen hun beperkingen en stellen teams samen die die aanvullen; cinema is per definitie collaboratief.

Blanchett licht haar werkwijze bij enkele films toe: bij The Aviator gaf Scorsese haar vrijheid om niet Hepburn te imiteren maar deel uit te maken van zijn film; bij Babel omschrijft ze Iñárritu als iemand die chaos en strengheid combineert, wat actors alert houdt; de voorbereiding op Bob Dylan kwam deels via documentaire-absorptie en loslaten van “huiswerk”; en bij Blue Jasmine waardeerde ze de theatrale urgentie van Allen’s werkwijze — met een slim trucje van collega Penélope Cruz om extra takes te krijgen.

Over Tár reageert ze genuanceerd: waar velen het als een cancelcultuurfilm zien, leest zij het als een meditatie over macht, creatieve destructie en identiteitsverlies wanneer controle wegvalt. Over Carol reflecteert ze op hoe moeilijk financiering destijds was vanwege het centrale lesbische liefdesverhaal, en hoe belangrijk het is dat die universele thema’s nu breder geaccepteerd en aanwezig zijn op festivals.

Wat AI betreft plaatst Blanchett toestemming centraal. Ze werkt met RSL Media aan een machineleesbare toestemmingsstandaard (met een eenvoudig rood-oranje-groen systeem) om duidelijkheid te scheppen over het gebruik van iemands beeld, stem of werk. Zelf gebruikt ze weinig AI en verkent liever boeken en natuur, maar erkent dat technologie onvermijdelijk onderdeel wordt van het vak, en dat publiek en makers moeten weten wat echt is.

Als toeschouwer geniet Blanchett nu meer van films dan vroeger; waar ze ooit analytisch naar elk technisch element keek, geeft ze zich tegenwoordig vaker over aan emotie en verwondering. Ze ziet dat vermogen tot verwondering als essentieel voor zowel makers als publiek.