Achter deze legendarische horrorfilm schuilt een triest verhaal rond de hoofdrolspeelster
In dit artikel:
Vandaag wordt The Shining algemeen beschouwd als een van de grootste horrorfilms ooit, maar voor actrice Shelley Duvall gingen de opnames gepaard met langdurige negatieve gevolgen. Tijdens de draaidagen — onder regie van de beruchte perfectionist Stanley Kubrick — werd Duvall herhaaldelijk gedwongen haar emoties tot het uiterste te drijven. Scènes werden tientallen tot meer dan honderd keer opnieuw gespeeld; de bekende trapscène waarin Wendy zich met een honkbalknuppel verdedigt, staat erom bekend dat die uitzonderlijk vaak werd overgedaan.
Die werkwijze leidde bij Duvall tot mentale uitputting: ze verklaarde later dat ze voortdurend moest huilen, fysieke klachten kreeg en zelfs haar haar begon te verliezen door de stress van de lange takes. Hoewel Kubricks aanpak resulteerde in een rauwe, overtuigende vertolking die sterk bijdroeg aan de blijvende impact van de film, bleef er jarenlang discussie bestaan over de vraag of hij te ver ging in het pushen van zijn acteurs.
Uiteindelijk staat The Shining als cultureel fenomeen en Duvalls zenuwslopende performance wordt vaak genoemd als een van de redenen waarom de film zo’n blijvende indruk maakt. Tegelijkertijd blijft haar ervaring een illustratie van de ethische spanningen tussen artistieke perfectie en het welzijn van performers.